Opbouw van de huid

Onze huid bestaat uit drie lagen: de opperhuid (buitenste laag), de lederhuid (middelste laag) en het onderhuids bindweefsel (onderste laag).

1. De opperhuid (epidermis)
Dit is de buitenste beschermlaag van de huid. De opperhuid zorgt ervoor dat bacterieen, schimmels en virussen buiten het lichaam worden gehouden en niet te veel water verloor gaat door evaporatie (verdamping). De opperhuid bestaat voor het grootste deel uit een type cellen, namelijk hoorncellen (keratinocyten). In de onderste laag van de opperhuid (de basale laag) worden de hoorncellen voortdurend nieuw gevormd. Door de voortdurende aanmaak van nieuwe cellen worden de hoorcellen naar boven geduwd. De nieuwgevormde hoorcellen schuiven op naar de oppervlakte van de huid. Op moment dat de hoorncellen hoog in de opperhuid komen te liggen, gaan ze dood. Maar dode hoorncellen blijven nog heel belangrijk, omdat ze een sterk schild vormen, dat moeilijk doordringbaar is voor bacterieen, schimmels en virussen. Bovendien gaat dit schild tegen dehydratatie (uitdroging) van de huid. De buitenste laag van de opperhuid uiteindelijk schilfert af. Omdat er voortdurend nieuwe lagen door celdeling worden aangemaakt, is dit niet erg. De gehele opperhuid wordt elke 30 dagen volledig vervangen. Als de opperhuid beschadigd raakt, zal deze restlos herstellen. In de onderste laag van de opperhuid bevinden zich tussen hoorcellen ook nog andere typen cellen namelijk melanocyten die de kleur van de huid bepalen. Melanocyten maken kleine pigmentkorrels die zij doorgeven aan de hoorncellen. De hoorncellen leggen het pigment boven hun celkern als een parasol zodat het erfelijke materiaal in de celkern afgeschermd wordt tegen de beschadigende werking van het zonlicht.

2. De lederhuid (dermis)
Het grootste deel van dermis bestaat uit elastische, nauwelijks buigbare collageenvezels die de stevigheid en elasticiteit van de huid bepalen. In dermis bevinden zich:
- Bloedvaten (voedsel –en zuurstofvoorziening). De bloedvaten zijn ook verantwoordelijk voor het regelen van de lichaamstemperatuur;
- Lymfevaten (afvoer van afvalstoffen);
- Zenuwen (tastgevoel, pijngeleiding, temperatuurgevoel);
- Zweetklieren, die lichaamstemperatuur op peil helpen te houden;
- Talgklieren, die ervoor zorgen dat de huid niet uitdroogt.

In de lederhuid bevindt zich ook een belangrijkste deel van het immuunsysteem van de huid. Via dit systeem, waarin speciale witte bloedcellen (lymfocyten) een belangrijke rol spelen, worden virussen en bacterien herkend en gericht onschadelijk gemaakt. In tegenstelling met de opperhuid wordt de lederhuid niet voortdurend vernieuwd.

3. Het onderhuids bindweefsel
Het onderhuidse bindweefsel, dat wordt ook subcutis genoemd, bestaat uit:
- Los bindweefsel met vetcellen (adipocyten) in grotere kussenvormige clusters; Tachtig percent van het volume van deze cellen bestaat uit vetten (triglyceriden);
- Bindweefselschotten;
- Bloedvaten, die lopen door het onderhuis bindweefsel.

Het vet heeft drie hoofdtaken:
- Energiereservoir;
- Isolatie;
- Steunfunctie.

Subcutis scheidt de huid van spieren en pezen in het lichaam. Dit laagje bepaalt ook het huidtype. De opbouw van de verschillende huidlagen verandert bij het ouder worden. De huidlagen worden duidelijk dunner. Bovendien verminderen de vetlagen en elastische vezels. De doorbloeding wordt geringer en het aantal zweetklieren wordt kleiner, waardoor de verzorging met zuurstof en voedingsstoffen achteruitgaat. Al deze veranderingen zorgen ervoor dat de huid bij het ouder worden wordt dun, droog en minder elastisch. De huid kan gemakkelijker beschadigd worden en minder snel herstellen.

_______________

Men onderscheidt de volgende grondtypen van de huid:
- Normale huid;
- Droge huid;
- Vette huid;
- Gemengde huid;
- Overgevoelige huid.

Normale huid komt voor in de leeftijdsgroep vanaf ongeveer 16 tot 35 jaar:
- Ziet er fries en glanzend uit;
- Is elastisch en fijn van structuur;
- Heeft kleine porien;
- Heeft een heldere tint.

Droge huid komt voor in de leeftijdsgroep vanaf ongeveer 25 jaar:
- Huid is erg gevoelig voor schadelijke invloeden uit de omgeving;
- Kenmerk zich door een onvoldoende werking van talgklieren en bloedcirculatie;
- Vaak ruw, schilferig en vetarm (vanwege onvoldoende afscheiding van talgklieren);
- Heeft fijne porien;
- Weinig elastisch;
- Geneigd tot rimpelvorming;
- Heeft ongelijkmatige doorbloeding en pigmentering;
- Waar de huid zeer dun is, ontstaan chronische verwijde haarvaatjes, die vooral op wangen en neus voorkomen als grote verspreide adertjes;
- Op latere leeftijd kan couperose of rosacea ontstaan met puistvorming, felrode papels en grove porien, speciaal op de neus (dikke knobbelneus);
- Prikkelende stoffen als alcohol, tabak, koffie en thee, nervositeit, darm- en stofwisselingeetstoornissen zijn van grote invloed voor de droge huid;
- In de winter kan de droge huid ontstaan onder invloed van centrale verwarming;
- Weersinvloeden als zon, wind, koude en warmte zonder voldoende bescherming, verkeerde verzorging, voeding, medicijnen en ziekten kunnen het ontstaan van een droge huid bevorderen.

Vette huid komt voor in de leeftijdsgroep vanaf ongeveer 25 jaar:
- Wordt gekenmerkt door de sterke afscheiding van de talgklieren;
- Is grauw en heeft een slechte doorbloeding;
- Is dikker dan andere huitypen;
- Heeft grove porien, die vaak verstopt zijn;
- Is geneigd tot acne vanwege spijsvertering- en stofwisselingstoornissen, eventueel gebruik van medicamenten, tekort aan vitaminen enz.;
- Heeft meestal een goede weerstand tegen schadelijke invloeden uit de omgeving.

De gemengde huid is de meest voorkomende huid:
- Gekenmerkt door een vet middengedeelde aan voorhoofd, neus en kin en droge vochtarme wangen (de zogenaamde T-zone).

De overgevoelige (gevoelige) huid is niet leeftijdgebonden:
- Is onafhankelijk van het talg- of vochtgehalte;
- De huid reageert onmiddellijk op bepaalde stoffen, zoals parfums- en conserveringsmiddelen;
- De huid begint snel te irriteren.

De bovengenoemde huidgrondtypen kan men verder in de volgende typen onderverdelen:
- Normale huid;
- Vette huid;
- Zeer vette huid
- Droge huid;
- Zeer droge huid;
- Zeer droge/gevoelige of overgevoelige huid;

Huidtest

1.Heeft u weleens last van puistjes?
- Bijna nooit
- Soms
- Vaak

2. Heeft u weleens last van mee-eters (comedo)?
- Weinig of nooit
- Soms, een paar in de T -zone
- Vaak

3. Hoe zien uw porien er uit?
- Bijna onzichtbaar
- Zichtbaar in T -zone
- Groot

4. Wat is uw huidskleur?
- Heel licht tot licht
- Licht tot gemiddeld
- Olijfkleurig tot donker

5. Heeft u rimpels?
- Ja, rond mijn ogen, lippen en op mijn voorhoofd
- Een paar rond mijn ogen
- Weinig of geen

6. Hoe reageert u op de zon?
- Ik verbrand snel
- Eerst rood, dan geleidelijk bruinig
- Ik verbrand nooit en word snel bruin

 

Kijk nu welke letters u het meeste heeft aangekruist:
- Droge huid
- Normale of gemengde huid
- Vette of onzuivere huid

Als antwoorden 1, 2, 3 even vaak voorkomen, dan kunt u uw huid als vet beschouwen.