Keurmerken geschiedenis

Tot het einde van de jaren ’80 richtten de biobeweging en de bio-industrie zich vooral op de ontwikkeling van regels, certificatieprocedures en marktkansen voor biologische landbouw en voeding. Andere producten, zoals vezels, textiel, hout en cosmetica speelden geen rol van betekenis. In het begin van de jaren ’90 begon de interesse te groeien voor ‘natuurlijke’ of ‘ecologische’ schoonmaak- en verzorgingsproducten. Biologisch mag je deze niet noemen, want de term ‘bio’ is voorbehouden aan producten van agrarische oorsprong zoals voeding, bloemen en stoffen als katoen, hennep en wol.

In Duitsland ontstond de nieuwe trend van natuurcosmetica. De organisatie BDIH, die producenten en handelaars verenigt, kent aan producenten die haar lastenboek volgen een BDIH label toe. De Franse tegenhanger hiervan is het Cosmebiolabel, dat gelijkwaardige kwaliteitsnormen hanteert. Sinds kort heeft ook België zijn eigen Ecogarantielabel. Vanaf 2003 werkten enkele bedrijven onder de koepel van Biogarantie VZW samen aan een lastenboek voor alle ecologische producten die wegens hun niet-agrarische aard uit de boot van ‘bio’ vallen. Een eerste werkgroep richtte zich op cosmetica en hield rekening met de buitenlandse lastenboeken, aangezien er op middellange termijn gestreefd wordt naar een gezamenlijk Europees lastenboek en logo voor natuurcosmetica. Eind 2004 was het luik cosmetica van het Ecogarantie lastenboek klaar en binnenkort wordt het uitgebreid naar natuurlijke was- en reinigingsproducten. De regels voor natuurcosmetica zijn gestoeld op dezelfde principes als die van biovoeding. Het lastenboek volgt dezelfde structuur en definieert welke ingrediënten toegelaten zijn en welke niet. Het regelt de etikettering voor de verschillende percentages in bio-input en bepaalt de inspectiemethodes en certificatieprocedures.

Producten met het Ecogarantielabel zijn bereid op basis van duurzame ingredienten. Bij gebruik hebben ze een minimale milieu-impact, een lage toxiciteit voor het waterleven en een goede biodegradatie. Ze beperken het gebruik van schadelijke materialen zoals borium, aardolie en haar derivaten. De ingrediënten worden geselecteerd op basis van hun natuurlijke oorsprong en hun ecologisch gehalte. Bij gebruik van agrarische stoffen moeten deze bij voorkeur uit de biologische landbouw afkomstig zijn. Producten waarvoor het slachten van een dier noodzakelijk is, zijn verboden. Andere ingrediënten van dierlijke aard mogen enkel gebruikt worden indien dat geen schade toebrengt aan het ecologische evenwicht. De eindproducten mogen enkel vervaardigd zijn op basis van de fysische en chemische processen die opgesomd zijn in het lastenboek. Producten met Ecogarantielabel worden net als producten met Biogarantielabel gecontroleerd door onafhankelijke certificeringsorganisaties. Bij de etikettering van Ecogarantie-producten wordt een onderscheid gemaakt tussen producten met 70% tot 95% ecologische ingredienten en producten met minstens 95% ecologische ingrediënten.